AK19 Nekkerweg 15

AK19

 

In 1612 werd de Arenbergerkavel 19 toebedeeld aan Denis Bave. Hij kwam oorspronkelijk uit Rijssel (Lille) en vestigde zich in de jaren 1590 als koopman in Amsterdam. In 1602 schafte hij voor ruim ƒ 14.000 aan aandelen in de VOC aan. Bave verkreeg in 1612 142 morgen land in de Beemster. Een deel van deze kavels, waaronder AK19 met een hofstede, vererfde op zijn zoon Pieter Bave. Pieter, eveneens koopman, was van 1651 tot zijn dood in 1665 hoofdingeland van de Beemster. Na zijn dood liet zijn weduwe Maria de Ruvelles het grote huis met land op AK19 taxeren op ƒ 24.000 en het vervolgens op haar naam overboeken. De zoons uit Maria’s eerste huwelijk met Isaac Moreau verdeelden in 1670 haar nalatenschap waarbij Pieter Moreau de hofstede verkreeg.

 

In april 1672 kocht mr. Jacob Compostel (1643-1693) voor ƒ 35.000 een "huijsinge met plantagie en land", gelegen aan de westzijde van de Purmerenderweg, van Pieter Moreau. Jacob was koopman en reder te Enkhuizen en in 1674 trad hij toe tot de vroedschap aldaar. Hij werd tien maal tot burgemeester gekozen. Tevens was hij bewindhebber van de VOC. Uit zijn huwelijk met Alida Neledoe werden twee dochters volwassen. De oudste, Debora Amerentia, trouwde in 1706 met de Hoornse regent mr. Nanning van Foreest. Zij stierf een jaar later in het kraambed. De jongste dochter, Willemina Catharina, verloofde zich met mr. Joan Duyvensz, de oudste zoon van eerdergenoemde Augustinus. Het paar nam kennelijk een voorschot op het huwelijk, want amper drie maanden na de trouwdag beviel Willemina Catharina van een zoon.

 

In 1720 liet mr. Joan Duyvensz (1690-1720) de hofstede met boerenhuis en land, tezamen getaxeerd met inboedel, paarden, ossen en schapen op ƒ 18.000, die zijn vrouw van haar vader had geërfd, op zijn naam overboeken. Na de plotselinge dood van haar man in december 1720 bleef Willemina Catharina Compostel (1684-1752) met haar eenjarig dochtertje achter in het grote huis aan de Nieuwe Westerstraat te Enkhuizen met twee dienstmeiden en een knecht. Ze was de rijkste ingezetene van Enkhuizen in 1744 met een geschat jaarinkomen van ƒ 12.000. Toen was ze alleen, want enkele jaren eerder was haar dochter op achttienjarige leeftijd overleden. De buitenplaats in de Beemster werd in het verpondingsregister van 1733 aangeslagen voor ƒ 50 wat duidt op een tamelijk grote hofstede.

 

Na de dood van Willemina Catharina erfde haar zwager Cornelis François Duyvensz de hofstede op AK19. Hij bezat al de buitenplaats Belvliet op AK64 aan de Oostdijk en kocht in 1756 ook het naastgelegen Stijlenburg (AK63) aan.

 

Cornelis Duyvensz

Cornelis François Duyvensz (1697-1767) kwam in 1730 na de dood van zijn vader in de vroedschap. Drie jaar later werd hij burgemeester, wat hij in totaal twaalf keer zou zijn. In 1740 werd hij benoemd tot bewindhebber van de VOC kamer Enkhuizen. Hij was een van de belangrijkste politieke figuren in Enkhuizen in de jaren 1730 en 1740 ten tijde van het Tweede Stadhouderloze tijdperk. Daarom stond hij bekend als anti-Orangist en dus verloor hij alle functies bij de wetsverzetting door Prins Willem IV in 1749.

 

 

Cornelis François Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

Na diens dood in 1751 werd Cornelis François Duyvensz hersteld in zijn ambten. Tot aan zijn dood bleef hij een vooraanstaande rol in het stadsbestuur spelen. In 1744 blijkt hij volgens de Personele Quotisatie (een eenmalige heffing van een soort inkomstenbelasting) de rijkste man van Enkhuizen met een geschat jaarinkomen van ƒ 8000. Cornelis François Duyvensz was ook hoofdingeland van de Beemster (1758-1767).

 

Joan Duyvensz

Zijn zoon Joan Jacob Duyvensz (1744-1808) erfde onder andere AK19. Hij verkocht in 1782 het herenhuis met boerderij en land voor ƒ 16.590 aan Geertje Jacobs Grooteboer uit Purmerend. Het herenhuis dat voor de boerenwoning stond, werd kort daarna gesloopt.

 

 

Joan Jacob Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

 

 

Design downloaded from free website templates.