AK64 Belvliet Oostdijk 18

AK64

 

Op 30 juli 1612 op het Slot te Purmerend wordt de kavel AK64 bij loting onder de inschrijvers toegekaveld aan Jan Labistrate (voor de ½), en in de andere helft Hendrick en Dirck van Oss (voor 3/8), Dirck Simey en de erven van Govert Simey (voor 3/8) en Jan Claasz Croock (voor 1/8). De vijf eerstgenoemden waren allen oorspronkelijk uit Vlaanderen afkomstig, maar hadden zich na de val van Antwerpen in 1585 in Amsterdam gevestigd. Hendrick en Dirck van Oss waren de grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster. Zij verkregen bij de loting in 1612 ongeveer 1/7 van de uitgegeven gronden.

 

Van Oss Dirck en Hendrick van Oss

 

Dirck Simey was een neef van hen, een zoon van hun in Antwerpen achtergebleven zuster Sara. Jan Claasz Croock was een zeer rijke Amsterdamse goudsmid, die eerder al in de droogmaking van de Zijpe had geïnvesteerd. Vervolgens komt de kavel in 1618 in bezit van Nicolaas van Bambeeck, die ook de kavels AK59-60 verwierf. Daarop liet hij het buiten Oostwijck bouwen. Vermoedelijk is deze Nicolaas ook degene die het huis Belvliet heeft gebouwd, aangezien in 1643 op de betrouwbare kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode op de kavel AK64 een gelijkend huis te zien is.

 

Nicolaas van Bambeeck de jonge (1596-1661), zoon van Nicolaas van Bambeeck de oude, koopman te Leiden daarna Amsterdam, vermoedelijk uit Vlaanderen afkomstig. Deze was in 1608 hoogheemraad van de Beemster en kwam na de overstromingsramp van 1610, toen de net drooggevallen polder weer onderliep en men nieuw kapitaal nodig had om opnieuw te beginnen, in het college van hoofdingelanden. Hij trouwde met Elisabeth van der Belle. Hun zoon Nicolaas erfde de Beemster landerijen. Nicolaas jr was lakenkoopman en handelaar in Spaanse wol. Hij was hoofdingeland van de Beemster van 1654 tot zijn dood in 1661. Hij trouwde met Agatha Bas, dochter van Dirck Bas en Grietjen Jans Snoeken. Dirck Bas was een zeer rijke koopman, mede-oprichter van de VOC in 1602 en belangrijk lid van het Amsterdamse stadsbestuur. Op 8-5-1663 verkochten de kinderen Nicolaas, Margrieta (met haar man mr. Jan Corver, secretaris van Amsterdam), Jacoba (met haar man Heijndrick Decker), Theodora (met haar man Willem Sautijn) als erfgenamen van vader alle bezittingen in de Beemster. De kavel AK64, omschreven als een "huijsinge met plantagie en land" groot bijna 20 morgen aan de Ringdijk bij Hobrede werd gekocht door mr.Joan van Gent, secretaris van Enkhuizen. Hij had het bedrag van ƒ 27.500 niet meteen beschikbaar want hij moest een kusting nemen.

 

Van  Gent Mr. Joan van Gent (1630-1706) was een vooraanstaand bestuurder te Enkhuizen. Hij begon zijn carrière als secretaris, werd in 1666 in de vroedschap gekozen, bekleedde in 1669 voor de eerste keer het burgemeestersambt en zou in totaal 26 keer tot burgemeester worden gekozen. In 1670 werd hij voor de eerste maal naar het college van Gecommitteerde Raden in het Noorderkwartier en West-Friesland afge-vaardigd. Sinds 1669 was hij bewind-hebber van de VOC kamer Enkhuizen. Hij was hoofdingeland van de Beemster (1666-1706), de eerste Enkhuizer die in het polderbestuur kwam.

 

Bij zijn dood in 1706 was alleen zijn dochter Petronella nog in leven en zij was dus de enige erfgenaam van onder andere de buitenplaats Belvliet. In 1717 verzocht daarom haar echtgenoot aan het polderbestuur van de Beemster om overboeking van oa. AK64 op zijn naam nomine uxoris. Petronella van Gent (1664-1742) trouwde in 1688 met mr. Augustinus Duyvensz, afkomstig uit Gorinchem. Een huwelijk met een burgemeestersdochter was meestal een uitstekend begin van een regentencarrière. Zo werd mr. Augustinus Duyvensz reeds in 1689 in de Enkhuizer schepenbank gekozen. Na de dood van zijn schoonvader kwam Augustinus in december 1706 in de vroedschap. Hij werd al in 1707 burgemeester en zou dit ambt in totaal tien keer bekleden. Hij was zowel bewindhebber van de WIC als van de VOC (1710). Het echtpaar woonde in Enkhuizen aan de Oude Westerstraat in een herenhuis.

 

In het verpondingsregister van 1733 stond het “plaisirhuijs” in de Beemster nog op naam van Augustinus. De aanslag bedroeg ƒ 40, wat duidt op een middelgroot huis. Kort na de dood van haar oudste kleinkind in 1738 verzocht Petronella van Gent, weduwe Duyvensz, aan het polderbestuur van de Beemster of haar kavels, waaronder AK64, konden worden overgeboekt op naam van haar zoon Cornelis François Duyvensz. Bij haar dood werd een inventaris van haar nalatenschap opgemaakt, waarin Belvliet werd getaxeerd op ƒ 12.000. De totale nalatenschap bedroeg ruim ƒ 265.000.

 

Cornelis François Duyvensz (1697-1767) kwam in 1730 na de dood van zijn vader in de vroedschap. Drie jaar later werd hij burgemeester, wat hij in totaal twaalf keer zou zijn. In 1740 werd hij benoemd tot bewindhebber van de VOC kamer Enkhuizen. Hij was een van de belangrijkste politieke figuren in Enkhuizen in de jaren 1730 en 1740 ten tijde van het Tweede Stadhouderloze tijdperk. Daarom stond hij bekend als anti-Orangist en dus verloor hij alle functies bij de wetsverzetting door Prins Willem IV in 1749. Na diens dood in 1751 werd Cornelis François Duyvensz hersteld in zijn ambten. Tot aan zijn dood bleef hij een vooraanstaande rol in het stadsbestuur spelen.

nbsp;

Cornelis Duyvensz

In 1744 blijkt hij volgens de Personele Quotisatie (een eenmalige heffing van een soort inkomstenbelasting) de rijkste man van Enkhuizen met een geschat jaarinkomen van ƒ 8000. Cornelis François Duyvensz was ook hoofdingeland van de Beemster (1758-1767), waar hij naast Belvliet nog meer landerijen bezat. Zijn eerste vrouw stierf in het kraambed na de geboorte van hun tweede kind. Daarna bleef Cornelis François lange tijd weduwnaar met een opgroeiende dochter.

 

 

Cornelis François Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

Pas in 1743 hertrouwde hij te Enkhuizen met Immagonda van der Hart, dochter van Anthonij van der Hart, oppermeester van de VOC. Zij was niet afkomstig uit de hoge kringen waartoe haar 25 jaar oudere echtgenoot behoorde. Het paar kreeg acht kinderen, waaronder vier zoons die allen volwassen werden.

 

Na de dood van Immagonda van der Hart, die als weduwe boedelhoudster was, werd een inventaris van de nalatenschap opgemaakt waarin ook de goederen op Belvliet zijn beschreven. Hieruit blijkt dat het huis bestond uit een beneden- en een bovenzaal, een voor- en een achterkamertje, twee zolders en een keuken. De meubels hadden weinig waarde, het duurste was een buffet van ƒ 40. Het ledikant was slechts op ƒ 10 getaxeerd, vergeleken met het grootste ledikant in het woonhuis te Enkhuizen van ƒ 250 was dit maar een eenvoudig bed.

 

Joan Duyvensz

In 1782 verzocht mr. Joan Jacob Duyvensz (1744-1808) aan het polderbestuur van de Beemster om overboeking van het herenhuis Belvliet (AK64) en het huis Stijlenburg (AK63) met hun landerijen, die nog op naam van zijn overleden vader stonden en die hij bij onderhandse boedelscheiding had geërfd. Joan Jacob Duyvensz kon geen bestuurlijke carrière in Enkhuizen opbouwen, omdat zijn tweelingbroer Augustinus Hendrik al in de vroedschap zat sinds 1776. Hij werd slechts een zestal maal tot schepen verkozen. Tevens was hij van 1790 tot 1804 hoofdingeland van de Beemster.

 

Joan Jacob Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

Na de dood van zijn vrouw maakte Joan Jacob in 1789 een nieuw testament op waarin hij zijn bezittingen naliet aan de kinderen van zijn tweelingbroer. Erfgenaam van Belvliet was zijn nicht Johanna Sara Duyvensz, die het direct voor ƒ 9000 aan haar vader mr. Augustinus Hendrik Duyvensz verkocht. Bij deze verkoop op 14 maart 1809 was het landgoed in omvang nog maar ruim vijftien morgen groot. Een jaar eerder was nl. in publieke veiling in de Beemster vier morgen grasland van het perceel, liggend aan de westzijde van de Purmerenderweg, apart verkocht voor ƒ 2200 aan Gerrit Arisz Bier, landman in de Beemster.

 

Mr. Augustinus Hendrik Duyvensz (1744-1819) was vroedschap van Enkhuizen en werd viermaal burgemeester. Hij was een overtuigd patriot. In 1782 was door het Enkhuizer Patriots Genootschap een plan bedacht om de kwijnende economie van het eens zo bloeiende stadje een impuls te geven. Dat leidde tot de oprichting van een 'Maatschappij van Vischvangst, Koopvaardij en Negotie'. Augustinus Hendrik was een van de drie directeuren. Het werd echter geen succes. In de roerige jaren 1786 en 1787 was hij een van de leiders van de patriotse beweging, in 1787 als president-burgemeester. Nadat door de Pruisische inval het stadhouderlijk gezag was hersteld, werd Augustinus Hendrik Duyvensz bij de wetsverzetting door Prins Willem V uit de vroedschap gezet. Opmerkelijk is dat zijn jongere broer Anthony Pieter Duyvensz vervolgens in zijn plaats werd gekozen, deze was kennelijk een Orangist. Augustinus Hendrik was ook sinds 1782 hoofdingeland van de Beemster. In 1790 kwam door het overlijden van Pieter van Goor Hinlopen het ambt van secretaris van het polderbestuur vacant. Augustinus Hendrik zet dan een wat vreemde stap: als lid van het polderbestuur solliciteert hij op de functie van dienaar. Als hij vervolgens wordt aangenomen moet hij afstand doen van het bestuurslidmaatschap en wordt hij opgevolgd door zijn broer Joan Jacob.

 

Augustinus Duyvensz

Augustinus Hendrik Duyvensz trouwde in 1765 te Leiden met Catharina Musquetier. Zij kregen vier kinderen. Later raakten zij van elkaar vervreemd. Augustinus Hendrik knoopte een buitenechtelijke relatie aan met Stijntje de Ruiter en kreeg met haar nog vier onwettige kinderen. Pas na de dood van Catharina trouwde hij in 1817 te Beemster met Stijntje, hij was toen 73 jaar oud en zij was 50 jaar. Bij dit huwelijk werden de vier kinderen geëcht. Twee jaar later stierf hij in de Beemster op Belvliet, waar hij nog wel woonde maar dat hij niet meer bezat.

 

Augustinus Hendrik Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

Intussen had hij in 1814 al de AK66 met het huis van de hand gedaan en later verkocht hij op 5 augustus 1818 Belvliet met ruim dertien morgen land aan Hendrik Scheringa en twee morgen grasland aan Cornelis Tol. Na de dood van Duyvensz is het huis niet meer als buiten in gebruik geweest, het staat er echter nog altijd.

 

Belvliet Belvliet in de 21e eeuw (foto: Marianne Slot-Dekker)

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.