BK3 Volgerwijk Volgerweg 37

BK3

 

In 1612 kwam de Binnenkavel 3 bij de verloting van de grond aan Arent ten Grotenhuijs (1570-1615). Hij was een Amsterdamse koopman die al vroeg betrokken raakte bij de handel op Indië. In 1594 maakte hij deel uit van de Compagnie van Verre. Bij de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie in 1602 kocht hij voor ƒ 12.000 aan aandelen, waardoor hij direct bewindhebber werd. Arent ten Grotenhuijs behoorde tot de initiatiefnemers van de droogmaking van de Beemster. Hij verkreeg ruim 250 morgen land. Op de BK3 liet hij als een van de eersten een hofstede bouwen. Bij zijn dood werden zijn Beemster landerijen geschat op ƒ 140.000, meer dan de helft van de hele nalatenschap. De erfgenamen verkochten BK3 aan Elias Pels.

 

Elias Pels was een Amsterdamse koopman. De erfgenamen lieten zijn nalatenschap in 1666 taxeren, waarbij de grote hofstede met 4 morgen ‘plantagie’ en 16 morgen land werd geschat op ƒ 28.000. Dit object vererfde op Allegonda Pels (1605-1666) en vervolgens op haar dochter Catharina Turcken (1634-1674). Zij en haar man Jan Steen Philipsz verkochten de hofstede in april 1674 aan Harman Witte.

 

Harman Witte (1630-1691) was ook een koopman uit Amsterdam. Hij bezat een suikerbakkerij. Hij werd hoofdingeland van de Beemster in 1684. Na zijn dood verkregen de kinderen aanvankelijk gezamenlijk de BK3 in bezit. Uiteindelijk is Cornelis Borghorst als echtgenoot van Aletta Witte de enige eigenaar.

 

Aletta Witte (†1733) is ook de eigenaar die in het verpondingsregister van 1733 staat vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 50, een middelgroot huis. Na haar dood kreeg zoon Hermanus het buiten.

 

Hermanus Borghorst (1686-1759) was sedert 1720 vele malen hoogheemraad van de Beemster en werd in 1730 hoofdingeland. Hij trouwde eerst met Alida van Tarelink. Uit dit huwelijk werd onder andere zoon Jan Borghorst geboren wiens weduwe later Beemsterlust (BK1) kocht. Zijn tweede vrouw was zijn nicht Sara Maria Couturier (1697-1764). In 1761 liet zij de hofstede op haar naam overboeken, omdat zij dit volgens het testament van haar man had geërfd.

 

Drie jaar later verklaarde haar zoon Hermanus Borghorst (1733-1796) dat hij als het enige nog in leven zijnde kind de erfenis had ontvangen waaronder het buiten in de Beemster. Hij was net als zijn vader hoogheemraad en hoofdingeland van 1758 tot 1795. Hermanus Borghorst was getrouwd met Agatha Cornelia van Nooten en woonde in Amsterdam op de Keizersgracht. Na hun overlijden verkreeg bij boedelscheiding hun oudste zoon Hermanus de hofstede.

 

Mr. Hermanus Borghorst (1767-1815) liet in 1797 de hofstede 'Volgerwijk' met herenhuis, koetshuis, stal en land op BK3 op zijn naam overboeken. Hij was in 1794 hoofdingeland geworden. Hij sloot een ‘Beemster huwelijk’ met de Enkhuizense Immagonda Maria Duyvensz, wier familie het buiten Belvliet aan de Oostdijk bezat. Het paar had elkaar tijdens het verblijf in de zomers in de Beemster leren kennen. Ter gelegenheid van dit huwelijk werd het volgende lofdicht gemaakt:

 

"In 't klaverryke Beemsterland, vol malse vette weiden,
Gaat zomers menig stedeling zijn hart en ziel verblijden.
De plaatsen, die de rijkdom daar gesticht heeft, en 't genoegen
't Geen vee en geld en gulheid geeft, dan vreugd bij vreugde voegen.
Hier praalen Belvliet, Volgerwijk en Jagerslust, hier kunnen
't Hof, Beemsterlust en Vredenburgh ons waare vreugde gunnen
Ja menig schoone buitenplaats verzadigt hier de zinnen
Daar Borghorst, Duyvensz, Alewijn en anderen 't land beminnen."

 

 

Wanneer Volgerwijk verdween, is niet geheel duidelijk. Nog in 1810 nam mr. Hermanus Borghorst een lening van ƒ 4000 met de buitenplaats als onderpand. In 1815 werd BK3 verkocht aan Jan Kooij. Vermoedelijk is het herenhuis kort daarna gesloopt. Op de kadastrale kaart uit 1813 zijn huis en tuin goed zichtbaar.

 

kadaster Minuutplan Kadaster, getekend in 1813 (Noord-Hollands Archief)

 

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.