BK36 Jisperweg 137

BK36

 

Willem Usselincx

In 1612 werd de Binnenkavel 36 aan de Jisperweg toebedeeld aan Willem Usselincx. Hij kwam oorspronkelijk uit Antwerpen en vestigde zich in de jaren 1590 als koopman in Amsterdam. In 1602 schafte hij voor ruim â 1200 aan aandelen in de VOC aan. Usselincx was een van de grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster en verkreeg in 1612 411 morgen land. Hij liet direct op verschillende kavels boerderijen bouwen.

 

 

 

Willem Usselincx (Rijksmuseum)

 

Het zat hem echter in de handel niet mee, misschien had hij het te druk met andere bezigheden. Usselincx was een man met een missie. Hij zette zich fanatiek in om naar het voorbeeld van de VOC een West-Indische Compagnie op te richten. Vooralsnog zonder resultaat, pas in 1621 werd de WIC opgericht. Intussen was het met Usselincx in financieel opzicht snel bergafwaarts gegaan. In 1617 ging hij failliet. Een jaar eerder besloot het polderbestuur al om zijn landerijen bij executie te laten verkopen, omdat hij grote achterstand had in het betalen van de belastingen. Daarbij werd ook de BK36 verkocht, aan Pieter van der Straten uit Haarlem.

 

In 1635 werden de Beemster landerijen nagelaten door Sara de Haen, weduwe van Pieter van der Straten, getaxeerd waarbij het huis en boomgaard met land op BK36 werd geschat op â 17.058. Een jaar later werd de nalatenschap verdeeld en kwam de BK36 in bezit van Magdalena van der Straten, weduwe van Lambert Wouters. Na haar dood werden de zoons Franšois en Lambert eerst gezamenlijk eigenaars. Vervolgens overleed Lambert Wouters in 1655 zonder nakomelingen en bleef Franšois als enige eigenaar over.

 

Franšois Wouters (1600-1661) liet de BK36 na aan dochter Maria Wouters (1640-1673). Zij was getrouwd met Aarnout Druyvesteyn (ć1698). Hij was secretaris, vroedschap en burgemeester van Haarlem. Zijn zoon Jan liet in 1714 de BK36 op zijn naam overboeken.

 

Mr. Jan Druyvesteyn (1673-1728) was ook vroedschap van Haarlem. Hij bleef ongehuwd. In 1716 verkocht hij de ôhuijsinge met plantagieö en twee stukken land voor â 7750 aan Joseph Coymans.

 

Joseph Coymans (1656-1720) was vanaf 1692 hoofdingeland van de Beemster en werd een jaar later dijkgraaf. Op zijn Beemster landerijen legde hij zich toe op de ossenweiderij. In Amsterdam bestierde hij de handelsfirma van zijn familie, die onder andere zaken deed in Zuid-Amerika. Hij was ook bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Zijn weduwe, Clara Valckenier (1664-1724), liet een maand na zijn dood de BK36 overschrijven op naam van zoon Samuel Elias Coymans.

 

Samuel Elias Coymans, vrijheer van Deurne en Liessel, (1693-1746) was ook koopman. Sedert 1729 was hij hoofdingeland van de Beemster. Hij is ook de eigenaar die in het verpondingsregister van 1733 staat vermeld. Het ôplaisirhuijs, boerehuijs en landerijenö werd daarin voor slechts â 6 aangeslagen, wat duidt op waarschijnlijk alleen een heerschapskamer in een boerderij. Ook in de volgende vermeldingen in de transportregisters is uitsluitend sprake van een boerderij. Overigens is de huidige naam Reigersbosch niet in de zeventiende- en achttiende-eeuwse bronnen aangetroffen.

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.