BK4 Kromhout Volgerweg 33

BK4

 

Op 30 juli 1612 vond op het Slot te Purmerend de verloting plaats van de kavels van de Beemster onder diegenen die zich hadden ingeschreven als participanten in de droogmaking en er naar rato van hun inschrijving aan hadden meebetaald. Bij deze loting wordt de Binnenkavel 4 toegewezen aan Nicolaas Veen (1568-1626). Veen was ťťn van de ondertekenaars van het verzoek tot de droogmaking van de Beemster. Hij was vanaf het begin hoofdingeland. Hij kwam uit Hoorn en zou aldaar in 1618 lid van de vroedschap worden. Hij verkocht de BK4 al in 1614 aan Jan Poppen.

 

Jan Poppen (1545-1616) was een Amsterdamse koopman, hij kwam oorspronkelijk uit Holstein. Hij raakte al in de jaren 1590 betrokken bij de compagnieŽn die op Oost-IndiŽ gingen handelen. Bij de oprichting van de VOC in 1602 nam hij voor É 12.000 aandelen en werd als een van de bewindhebbers aangesteld. Hij was een grote investeerder in de droogmaking van de Beemster en verkreeg 290 morgen land. Zijn zoon Jacob Poppen, die zelf ook investeerde in het project en 113 morgen kreeg, erfde de landerijen van zijn vader.

 

Jacob Poppen

Jacob Poppen (1576-1624) was sedert 1609 lid van de vroedschap van Amsterdam en werd driemaal tot burgemeester gekozen. In 1618 werd hij bewindhebber van de VOC. Ook was hij als een der ondertekenaars van het rekest vanaf het begin betrokken bij de droogmaking van de Beemster. Derhalve was hij hoofdingeland. Poppen was een zeer rijke koopman, zijn nalatenschap bedroeg ruim 900.000 gulden. In 1634 werden op verzoek van de voogden van Jacobís minderjarige kinderen, Elisabeth en Joan, zijn landerijen in de Beemster getaxeerd: hij bezat ruim 440 morgen die zoín É 471.000 waard was. Het huis met bijbehorend land op BK4 aan de Volgerweg werd geschat op É 22.700. Het vererfde, samen met de naastgelegen BK5, op dochter Elisabeth.

 

Elisabeth Poppen (1615-1645) trouwde in 1635 met Willem van der Wiele, heer van der Werve, Nieuwerkerk etc.(1612-1654). Op grond van de erfenis van zijn vrouw werd Willem in 1643 hoofdingeland. Na zijn dood, net als zijn zwager als gevolg van teveel drinken, werden de bezittingen in de Beemster getaxeerd op ruim É 225.000. Het huis met 40 morgen land (BK4-5) werd toen geschat op É 42.000. Hij bezat ook Huis de Werve bij Den Haag.

 

Catharina Jacoba van der Wiele van der Werve (Ü1676) erfde het herenhuis in de Beemster. Zij trouwde in 1663 met Bartholomeus Cromhout. Ter gelegenheid van dit huwelijk tussen twee vooraanstaande katholieke families schreef Joost van den Vondel een gedicht. Bartholomeus Cromhout (1637-1695) was een achterkleinzoon van Barthold Cromhout, een van de initiatiefnemers van de droogmaking van de Beemster. Hij werd in 1683 hoofdingeland. Kort voor zijn dood deed hij wegens ziekte afstand van dit ambt en droeg daarbij zelf zijn jongste zoon Jacob voor. Het huis aan de Volgerweg kwam bij de boedelscheiding aan oudste zoon Hendrik. Hendrik Cromhout (1667-1706) bleef ongehuwd. Zijn Beemster landerijen vererfden op broer Jacob.

 

Jacob Cromhout, heer van Nieuwerkerk (1671-1727) was hoofdingeland van de Beemster. Hij was een zeer vermogende koopman en kunstliefhebber. Hij trad als mecenas op voor verschillende kunstenaars. Zo liet hij in 1717 door Jacob de Wit in zijn buitenhuis in de Beemster een plafondschildering aanbrengen. Het was diens eerste plafond en het maakte hem al snel beroemd. Een jaar later maakte De Wit ook plafondschilderingen voor de grote zaal in de Cromhouthuizen, Jacobís Amsterdamse grachtenhuis (nu Bijbels Museum).

 

Plafond BK4 Plafondschildering in de Cromhouthuizen aan de Herengracht in Amsterdam. Dezelfde kunstenaar schilderde een plafond in het buiten in de Beemster (Bijbels Museum)

 

Jacob Cromhout trouwde met zijn achternicht Elisabeth Jacoba Cromhout. Hun enige dochter erfde de landerijen in de Beemster, in totaal 126 morgen. Elisabeth Maria Cromhout, vrouwe van Nieuwerkerk (1712-1770) is ook de eigenaar die in het verpondingsregister van 1733 staat vermeld. Het ďplaisirhuijsĒ werd daarin aangeslagen voor É 80, een van de vier hoogst aangeslagen buitens in de Beemster. Dit duidt op een groot herenhuis. Elisabeth Maria trouwde in 1734 met Gerard Anthonij baron van Wassenaar. Zij liet in 1741 haar bezittingen in de Beemster op zijn naam overboeken. Hij bezat ook de buitenplaats Meerenburg bij Lisse, dus het huis in de Beemster werd overbodig. Een jaar later verkocht hij het ďherenhuis, koetshuis, stal, tuinmanswoning, orangehuis, en landĒ voor É 28.000 aan Catharina Melckpot, vrouwe van Est, weduwe van ds. Benjamin Winter, predikant in de Beemster van 1707 tot 1727.

 

Catharina Melckpot (1695-1769) hertrouwde met Johannes Winter. Hij verkocht in 1751 voor É 15.600 het huis met 20 morgen land aan Jacob Jong, Jan Rieder en Pieter Prins, allen woonachtig te Edam. Vermoedelijk is het herenhuis kort daarna gesloopt.

 

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.