BK6 Jupiter Volgerweg 25

BK6 Jupiter

 

In 1612 werd de Binnenkavel 6 aan de Volgerweg toebedeeld aan Willem Usselincx. Hij kwam oorspronkelijk uit Antwerpen en vestigde zich in de jaren 1590 als koopman in Amsterdam. In 1602 schafte hij voor ruim ƒ 1200 aan aandelen in de VOC aan. Usselincx was een van de grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster en verkreeg in 1612 411 morgen land. Hij liet direct op verschillende kavels boerderijen bouwen. Het zat hem echter in de handel niet mee, misschien had hij het te druk met andere bezigheden.

 

Willem Usselincx

Usselincx was een man met een missie. Hij zette zich fanatiek in om naar het voorbeeld van de VOC een West-Indische Compagnie op te richten. Vooralsnog zonder resultaat, pas in 1621 werd de WIC opgericht. Intussen was het met Usselincx in financieel opzicht snel bergafwaarts gegaan. In 1617 ging hij failliet. Een jaar eerder besloot het polderbestuur al om zijn landerijen bij executie te laten verkopen, omdat hij grote achterstand had in het betalen van de belastingen. Daarbij werd ook de BK6 verkocht, aan Gerard van Schoonhoven.

 

Willem Usselincx in 1637 (Rijksmuseum)

 

Ook Gerard van Schoonhoven (1566-1630) was geboren in Antwerpen en kwam als koopman naar de Noordelijke Nederlanden, eerst naar Middelburg en later naar Amsterdam. Bij de verlening van het octrooi van de VOC is hij vermeld als een van de bewindhebbers van de kamer Zeeland. Hij kocht kort voor zijn dood de hofstede Vogelenzang in de duinstreek. Na zijn dood bleven de Beemster landerijen in bezit van zijn weduwe Anna Munnicx, mogelijk een zuster van Sara, de vrouw van Jan van der Straten, hoofdingeland van de Beemster. Bij de scheiding van Anna’s nalatenschap werd de BK6 toegewezen aan Anna en Jeronimus de Haze, de kinderen van de overleden dochter Clara van Schoonhoven (1613-1643) bij Jeronimus de Haze, heer van Stabroek. Later was alleen Jeronimus nog eigenaar.

 

Jeronimus de Haze, heer van Stabroek (1641-1705) kwam ook uit een oorspronkelijk Vlaamse koopmansfamilie. Ook het huis Vogelenzang vererfde op hem. Hij trouwde met Margareta Helena van Swaanswijk (1656-1715).

 

Anna de Haze

Bij de verdeling van zijn erfenis verkreeg dochter Anna de Haze het huis genaamd Jupiter met 20 morgen land op de hoek van de Volgerweg en de Middenweg.

 

Anna de Haze (1690-1761) erfde ook van achterneef burgemeester Jeronimo de Haze de Georgio, in zijn tijd met een vermogen van vele miljoenen een van de rijkste Nederlanders, en werd zo een van de rijkste inwoners van Amsterdam. Ze trouwde met Gillis Graafland.

 

 

Anna de Haze met kleinkind

 

Gillis Graafland (1689-1727), heer van Mijnden en de beide Loosdrechten, was vroedschap van Amsterdam. Hij verkocht in 1720 huis Jupiter met land voor ƒ 16.000 aan mr. Abraham Loten.

 

Mr. Abraham Loten (1647-1727) was een welgestelde Amsterdamse koopman. Hij was ook schepen en weesmeester van de stad. De banden met de Beemster waren er vanouds. De familie Loten bezat een hofstede aan de Volgerweg en Abrahams vader Jean Loten was dijkgraaf van de Beemster. Hijzelf was sedert 1694 hoofdingeland. In 1724 schonk Abraham Loten Jupiter aan zijn schoonzoon François van Harencarspel die getrouwd was met zijn oudste dochter Anna Apollonia Loten.

 

François van Harencarspel (1685-1756) was heer van Beverwijk waar hij een hofstede bezat. Van 1732 tot 1737 was hij hoofdingeland van de Beemster. In 1746 werd hij lid van de vroedschap van Amsterdam. In 1728 werd de gehele erfenis van Abraham Loten verdeeld tussen zijn twee dochters. Anna Apollonia kreeg nu de familiehofstede aan de Volgerweg. Jupiter ging naar Helena Constantia Loten (1696-1759). Zij was in 1722 getrouwd met mr. Gerard Constantijn van Ruijtenburg, kastelein van het Slot te Purmerend, schout van Purmerend en baljuw van de Beemster. Hij stierf plotseling in augustus 1726, zijn weduwe achterlatend met twee jonge zoontjes en zwanger van de derde. Helena Constantia hertrouwde in 1729 met dr. Philippus Boon (1689-1738), vroedschap van Purmerend. Met hem kreeg ze vijf kinderen, van wie er vier jong overleden. Ook haar oudste zoon Ruijtenburg stierf jong. Ze liet Jupiter op naam van haar tweede man overboeken. Hij staat dan ook vermeld in het verpondingsregister van 1733, waarin het “plaisirhuijs” werd aangeslagen voor ƒ 12, een vrij klein buiten dus. Nadat Helena Constantia voor de tweede maal weduwe was geworden, hertrouwde zij in 1744 met Olphert Pet (1707-1766). Hij was koopman en reder te Purmerend en lid van de vroedschap, waaruit hij in 1749 wegens zijn anti-orangistische overtuiging door Willem IV werd ontslagen. Kort na het huwelijk had Helena Constantia Loten “volgens gebruik” de BK6 op naam van haar nieuwe echtgenoot laten overboeken. Maar in maart 1750 verzocht zij het polderbestuur het weer op haar eigen naam te registreren, omdat zij en haar man inmiddels volgens notarieel contract waren gescheiden van tafel en bed en hun gezamenlijke huishouding hadden “gemortificeert” waarbij zij zelf de administratie over haar goederen behield. Na consultatie van Olphert Pet stond het bestuur dit toe. Helena Constantia bleef tegenslag houden. Haar jongste zoon Ruijtenburg was op 21-jarige leeftijd in Leiden, waar hij rechten studeerde, overleden. De andere zoon, Abraham Ruijtenburg, was een zorgenkindje. Hij had last van toevallen en was “innocent”. Hij stierf in 1756. Het enig overgebleven kind, Philippus Reinier Boon, was uiteindelijk erfgenaam van al haar goederen. Hij liet in 1766 de bezittingen in de Beemster op zijn naam overboeken. Twee jaar later liet hij het met name vanbinnen verbouwen in Rococco-stijl.

 

Philippus Reinier Boon was vroedschap en burgemeester van Purmerend. In 1775 werd hij schout van Purmerend. Ook was hij enige malen hoogheemraad van de Beemster. Hij trouwde in 1752 met zijn achternicht Wilhelmina Adriana Six. Op financieel gebied was hij geen ster. In 1756 had zijn moeder al eens moeten bijspringen en zijn schulden betaald. In 1782 waren zijn financiële problemen zo nijpend geworden dat hij zich genoodzaakt zag al zijn functies op te geven. Hij vertrok naar Indië waar een fortuin makkelijk te maken zou zijn. Daar is hij enige jaren later overleden. De hofstede Jupiter droeg hij over aan zijn drie kinderen. Die verkochten in mei 1782 de “buitenplaats 'Jupiter' met huis, stallen, tuinmanswoning, koepel, tuinsieraden en land” voor ƒ 20.000 aan Jan Jager uit Hoorn.

 

Jan Jager (1743-1801) was vroedschap en burgemeester van Hoorn. Na zijn dood kwam Jupiter in bezit van zijn weduwe Emmerentia Geertruijd Schagen (1740-1812). Zij verkocht in 1802 de “buitenplaats 'Jupiter' met herenhuis, stal, tuinmanswon., koepel, tuinbeelden, beplanting en grasland” voor ƒ 15.500 aan Claas Honigh, koopman in Koog aan de Zaan.

 

Claas Gerritsz Honigh (1745-1813) was behalve koopman ook oliefabrikant en reder in de walvisvaart. Hij bezat zo’n twintig oliemolens in de Zaanstreek. Hij was getrouwd met Machteld Cornelisd Appel.

 

De BK6 komt in 1819 in handen van mr. François Gallis, secretaris van de Beemster. Hij is bij de invoering van het kadaster nog steeds eigenaar. Volgens de omschrijving gaat het dan om een huis in de tweede klasse, een zomerhuis, een moestuin en “bosch tot vermaak”. Op de minuutplan, getekend in 1813, zijn deze goed zichtbaar.

 

kadaster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De minuutplan met links het zomerhuis (57) en rechts het huis (58) (Noord-Hollands Archief)

 

Momenteel staat er nog altijd een landhuis op dezelfde plek, het voorhuis van het oorspronkelijke buiten. Vermoedelijk is de huidige naam Rustenhoven, met de gevelsteen met jaartal 1768, later ontstaan daar de naam Jupiter tot begin negentiende eeuw werd gebruikt.

 

Rustenhoven Jupiter / Rustenhoven

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.