BK7Volgerweg 24

BK7

 

In 1612 werd de Binnenkavel 7 toebedeeld aan Denis Bave. Hij kwam oorspronkelijk uit Rijssel (Lille) en vestigde zich in de jaren 1590 als koopman in Amsterdam. In 1602 schafte hij voor ruim ƒnbsp:14.000 aan aandelen in de VOC aan. Bave verkreeg in 1612 142 morgen land in de Beemster. In 1623 verkocht hij de kavel aan Dirck Alewijn.

 

Dirck Alewijn (1571-1637) was lakenkoopman in Amsterdam, samen met zijn zwager Balthasar Jacot. Hij woonde eerst in de Warmoesstraat in 'Het gulden Hooft' dat hij in 1604 voor ƒnbsp:13.000 had gekocht en verhuisde later naar de Herengracht in het huis 'De Sonnewijser'. In 1631 werd hij met zijn tweede vrouw aangeslagen voor ƒnbsp:325.000. Een groot deel van zijn vermogen belegde hij in grondbezit in de Beemster. Vanaf 1623 kocht hij aanzienlijke hoeveelheden land in de nieuwe droogmakerij. In 1630 werd hij tot hoofdingeland verkozen. Na zijn dood werden zijn goederen getaxeerd, waarbij de BK7 werd omschreven als “20 morgen in kavel 7 het land ƒnbsp:1250 pm. en het getimmerte en de plantagie erop voor ƒnbsp:12.000 eens”. Op de kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1644 is de buitenplaats goed zichtbaar.

 

Diederik PauwDeze kavel werd bij de scheiding van de nalatenschap van Dirck Alewijn toebedeeld aan zijn kleinzoons Diederik en Adriaan Pauw, kinderen van dr. Reijnier Pauw, raadsheer in de Hoge Raad, en Clara Alewijn. Bij een nadere verdeling tussen de broers in 1651 kreeg Diederik de BK7.

 

 

 

Diederik Pauw

 

Diederik Pauw, heer van Carnisse (1618-1688) woonde in Den Haag aan de Kneuterdijk. In 1652 kocht hij het landgoed Patijnenburg bij Naaldwijk. Hij bekleedde diverse functies in Den Haag en was van 1668 tot 1681 hoofdingeland van de Beemster. In 1674 was hij de rijkste inwoner van Den Haag met een vermogen van ruim 1,1 miljoen gulden. Na zijn dood vererfde de hofstede in de Beemster op zijn zoon Johannes Pauw, heer van Rijnenburg (1645-1708). Na diens dood werd zijn nalatenschap verdeeld tussen zijn twee kinderen waarbij de BK7 samen met het erachter liggende tochtstuk van DK17 werd geërfd door dochter Alida.

 

Alida Pauw (†1722) trouwde in 1712 met mr. Joan Jacob Mauricius. Volgens hun testament was hij haar erfgenaam en daarom liet hij in 1725 het huis met ruim 28 morgen land op zijn naam overboeken.

 

Joan Jacob Mauricius

Mr. Joan Jacob Mauricius (1692-1768) was aanvankelijk advocaat in Den Haag. In 1719 werd hij pensionaris van Purmerend. Aldaar was hij ook tweemaal schepen. Daarna werd hij ambassadeur te Hamburg. Mauricius staat als eigenaar vermeld in het verpondingsregister van 1733, waarin het “plaisirhuijs met boere-huijs en land” werd aangeslagen voor ƒ 12, een vrij klein buiten. Nadat hij in 1742 de post van gouverneur-generaal van de Sociëteit Suriname had aanvaard, liet hij zijn Beemster landerijen verkopen. In maart 1743 werd Helena Constantia Loten (1696-1759), weduwe Boon, voor ƒ 16.520 de nieuwe eigenaar van de “heerschapshuisinge”. Zij bezat ook de tegenover gelegen buitenplaats Jupiter. Na haar dood vererfden beide hofstedes op haar zoon Philippus Reinier Boon.

 

 

Joan Jacob Mauricius (Rijksmuseum)

 

 

Bij de volgende verkoop, door de kinderen Boon in 1782, is nog slechts sprake van een boerderij op BK7. Het plaisirhuijs was toen kennelijk verdwenen.

 

 

Design downloaded from free website templates.