BK71 Middenweg 105

BK71

 

Bij de verloting van de kavels in de zojuist drooggevallen Beemster op 30 juli 1612 in het Slot te Purmerend verkregen de broers Daniel, Philippe en Samuel Godin de Binnenkavel 71 aan de Middenweg. Binnen enkele jaren verkreeg Samuel de parten van zijn broers en was hij de enige eigenaar.

 

Samuel Godin (1561-1633) was oorspronkelijk afkomstig uit Antwerpen. Nadat de Spanjaarden de stad in 1585 hadden heroverd, vluchtte hij naar het noorden. Hij vestigde zich aanvankelijk in Middelburg, maar vertrok later naar Amsterdam. Hij was koopman en handelde onder andere op Spanje, Brazilië en de Levant. Ook was hij betrokken bij de walvisvaart. Hij investeerde zowel in de VOC als in de WIC, van deze laatstgenoemde compagnie werd hij bewindhebber. In Amsterdam woonde hij op de Keizersgracht. Hij is waarschijnlijk de bouwheer van de hofstede in de Beemster.

 

Seyne Coninck

Zijn oudste zoon Samuel Godijn de jonge erfde de hofstede. Hij verkocht deze in 1643 aan Seijne Coninck uit Hoorn. Hij was aldaar weesmeester en kapitein van de schutterij. In 1658 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij was getrouwd met Elisabeth Sonck. Na zijn dood in 1663 erfde zoon Nicolaas de hofstede.

 

 

 

 

 

 

 

Seyne Coninck (fragment, Westfries Museum)

 

Mr. Nicolaas Coninck (1638-1696) was vroedschap en burgemeester van Hoorn. Hij was gehuwd met Margaretha Kaiser. Hun dochter Cornelia Coninck (1676-1733), weduwe van mr. Paulus Benningbroek, schepen van Hoorn, kwam vervolgens in bezit van de BK71. Zij staat in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 30, wat duidt op een middelgroot huis.

 

Na de dood van Cornelia vererfde de hofstede op Margaretha Avenhorn (1697-1749), vrouw van mr. Cornelis Christoffel van Akerlaken, vroedschap en burgemeester van Hoorn. Zij liet in 1743 de kavel op naam van haar man overboeken. In 1753 gaf hij de hofstede als huwelijksgift aan zijn zoon Nicolaas Cornelis van Akerlaken (1728-1783). Hij werd eenmaal tot schepen van Hoorn gekozen en was sinds 1762 hoofdingeland van de Beemster. Hij was houtkoopman. In 1765 werd hij kassier van de VOC in Hoorn. In 1778 verkocht hij de “buitenplaats met herenhuis, boerenwoning, plantagie en landerijen” voor ƒ 15.400 aan Jan Purmer, wonende in de Beemster. Het herenhuis is waarschijnlijk kort daarna gesloopt.

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.