BK89 Volgerweg 41

BK89

 

Bij de verloting van de kavels in de zojuist drooggevallen Beemster op 30 juli 1612 in het Slot te Purmerend verkregen de broers Philippe en Samuel Godin de Binnenkavel 89 aan de Volgerweg. Binnen enkele jaren verkreeg Philippe de helft van zijn broer en was de enige eigenaar. Hij bezat ook de naastgelegen kavel BK88. De gebroeders Godin waren oorspronkelijk afkomstig uit Antwerpen. Nadat de Spanjaarden de stad in 1585 hadden heroverd, vluchtten zij naar het noorden. Ze vestigden zich aanvankelijk in Middelburg, maar Samuel vertrok later naar Amsterdam. Ook Philippe Godin was koopman. Bij een opsomming van Beemster landerijen die in bezit waren van niet-Hollanders uit 1637 staan zijn erfgenamen vermeld als eigenaars van 40 morgen land met huis, boomgaard etc (BK88-89) wat getaxeerd werd op ƒ 36.000. Philippe Godin heeft het huis gebouwd dat op de betrouwbare kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1644 te zien is.

 

Alijdt Adriaens

In 1643 verkochten de erfenamen de kavels met het huis aan Alijdt Adriaens (1589-1656), weduwe van Elias Trip. Elias Trip had in korte tijd een handelsimperium opgebouwd. Zeer lucratief was de internationale wapenhandel die hij samen met zijn zwager Louis de Geer, die het monopolie op de Zweedse koper- en geschutsmarkt had verkregen, dreef. Zijn vermogen wordt op ruim een miljoen gulden geschat. Zijn weduwe liet zich in 1639 door Rembrandt portretteren.

 

Alijdt Adriaens, de tweede vrouw van Elias Trip, geschilderd door Rembrandt

 

Na de dood van Alijdt werd de hofstede met land in december 1656 getaxeerd op ƒ 51.000. In augustus 1657 verdeelden de vijf kinderen Trip de nalatenschap van hun moeder. Hierbij erfde dochter Sophia de hofstede in de Beemster.

 

Sophia Trip

Sophia Trip (1615-1679) trouwde met Joan Coymans. Het paar kreeg veertien kinderen van wie er vier jong overleden. Joan Coymans was mede-directeuri van het handelshuis Coymans dat door zijn vader die uit Antwerpen naar Amsterdam was uitgeweken, was gesticht. Toen zowel Joan als zijn broer Balthasar stierven in 1657 en haar oudste zoon nog maar 12 jaar oud was, nam Sophia de leiding van de firma op zich.

 

 

 

Sophia Trip, portret van Bartholomeus van der Helst

 

In 1668 liet Sophia het huis met landerijen overboeken op naam van haar oudste zoon Joan Coymans (1645-1703). Hij was koopman en bankier. Hij handelde vooral veel in linnen en specerijen met Spanje en diens Amerikaanse koloniën. Zijn broer Balthasar Coymans verbleef namens de firma in Cadiz en wist in 1685 het ‘asiento’ voor de levering van slaven aan de Spaanse koloniën te verkrijgen. Nadat Balthasar in november 1686 was overleden, wikkelde Joan diens zaken in Spanje af. Joan Coymans was getrouwd met Erckenraat Bernard (1654-1696), al hun kinderen stierven jong. Hij was eenmaal schepen van Amserdam en van 1671 tot 1692 hoofdingeland van de Beemster. In 1692 droeg hij alle Beemster bezittingen over aan zijn jongste broer Joseph.

 

Joseph Coymans (1656-1720) werd in 1692 door het aftreden van zijn broer hoofdingeland van de Beemster. Reeds een jaar later werd hij dijkgraaf. Hij was ook bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Hij trouwde met Clara Valckenier (1664-1724). In 1711 liet Joseph de hofstede met 20 morgen land – de BK88 was inmiddels in bezit van zijn broer Elias – op naam van zijn oudste zoon overboeken.

 

Mr. Jan Coymans (1688-1734), heer van Bruchem, was hoofdingeland van de Beemster. Hij werd in 1726 lid van de vroedschap van Amsterdam. Hij was gehuwd met Susanna Catharina Bouwens (1686-1752). Het paar bleef kinderloos. Bij de boedelscheiding van vader Joseph werd besloten dat de BK89 aan Samuel Elias Coymans (1693-1746), vrijheer van Deurne en Liessel, werd toebedeeld. Hij was hoofdingeland van de Beemster sinds 1720. Hij staat ook in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 60, wat duidt op een groot herenhuis. Samuel Elias Coymans bleef ongehuwd. In zijn testament bepaalde hij dat aan Sophia, Balthasar en Jacob Coymans de hofstede met landerijen aan de Volgerweg (BK89) mits zij ongetrouwd bij elkaar bleven en als er een zou trouwen of kwam te overlijden zouden de overigen erven. Vervolgens overleden Sophia en Jacob, beiden ongehuwd, en bleef Balthasar als laatste van zijn geslacht over.

 

Balthasar Coymans, vrijheer van Deurne en Liessel (1699-1759) was in 1737 hoofdingeland van de Beemster geworden en werd in 1743 benoemd tot dijkgraaf. Ook hij trouwde niet waardoor de familie uitstierf. Zijn nalatenschap bedroeg bijna een miljoen gulden. Hij bedeelde zijn personeel ruim met een uitkering van ƒ 200 voor elk jaar dat zij bij hem hadden gewerkt. Dat was meer dan gewoonlijk een jaarsalaris bedroeg.

 

De executeurs-testamentair besloten alle Beemster bezittingen te verkopen in een openbare veiling op 24-12-1759 in het Oudezijds Herenlogement te Amsterdam. In de Opregte Haerlemsche Courant werd een advertentie geplaatst:

 

advertentie

 

De BK89 werd daarin omschreven als “een welgelegen Hofstede, met de Heeren-Huijsinge, Stal en Koetshuys, Tuynmans- en Boeren-Wooningen, Hooyhuys en Koestallen, …”. Voor ƒ 8900 werden Jan Rieder en Pieter Prins uit Edam de nieuwe eigenaars. Korte tijd later werd het herenhuis gesloopt.

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.