BK94 Wel te Vreeden Volgerweg 75

BK94

 

Bij de verloting van de grond van de Beemster op 30 juli 1612 op het Slot te Purmerend verkreeg Jasper van Dortmond de Binnenkavel 94 aan de Volgerweg. Van Dortmond was oorspronkelijk afkomstig uit Antwerpen en vestigde zich als koopman in Amsterdam. Waarschijnlijk behoorde hij tot het netwerk van Dirck van Oss, de grote man achter de droogmaking, die eveneens uit Antwerpen kwam. Jasper verkocht de kavel in 1614 aan Pieter Theunen die het in 1620 aan Charles Loten verkocht.

 

Charles Loten (1574-1652) was geboren in Brugge. Zijn vader vestigde zich na zijn vlucht uit Vlaanderen als koopman in Leiden. Charles ging naar Amsterdam en stichtte daar een handelshuis, onder andere in Oostindische waren. In 1621 werd hij bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Sedert 1638 was hij hoofdingeland van de Beemster. Hij is waarschijnijk de bouwheer van de hofstede op BK94. Op de kaart van Balthasar Florisz van Bercenrode uit 1644 is het huis met de tuinen goed zichtbaar. Hoe het huis er precies uitzag, is niet bekend. Uit een boedelbeschrijving die na de dood van zoon Jean in 1676 valt de indeling van het huis af te leiden: beneden waren een “saeltje”, een portaal, de gestreepte kamer (met zeven stoelen met gestreepte stof), de kamer van Jean, het voorhuis, een beste kamer, een keuken met portaal. Boven waren er nog vijf kamers en een “comptoirtje”. Verder was er nog een zomerhuisje, waarschijnlijk een soort prieel.

 

In 1644 bracht Joost van den Vondel een bezoek aan het buiten van Charles Loten en schreef er een lofdicht op de Beemster. Daarin wijdt hij ook enkele strofen aan het buitenleven:

 

“Hier jaagt de winthont 't wilt, hier rijt de koets uit spelen.
Men danst, men banketteert in 's Koopmans rijke buurt.
Hier lacht de goude tijt, in lieve lustprieelen”

 

Na de dood van Charles verdeelden zijn twee kinderen in 1653 de erfenis, waarbij de hofstede in bezit kwam van zoon Jean.

 

Jean Loten

Jean Loten (1612-1676) was ook koopman in Amsterdam waar hij op de Herengracht woonde. Hij werd in 1653 hoofdingeland van de Beemster en in 1666 werd hij dijkgraaf. Zijn eerste vrouw was Elisabeth Hellinx (1612-1635), erfgename van haar vader Jan die een van de eerste investeerders in de droogmaking was. Zij stierf in het kraambed. Jean hertrouwde met Apollonia Seleijns (1625-1670).

 

 

 

 

 

 

 

 

Ter gelegenheid van het huwelijk van hun een na oudste zoon Wilhelmus Loten met Constantia Gerard in 1669 schonk dijkgraaf Loten de hofstede als huwelijksgoed. Het paar kreeg zes dochters van wie er slechts twee volwassen werden. Deze werden samen eigenaar van de BK94. In 1725 lieten Johanna Apolonia Loten (1679-1756), vrouw van Jan Carel Six, Constantia Cornelia Loten, weduwe van mr. Matthias van Hartigsveld, beiden wonende te Amsterdam, het huis met de landerijen op hun naam overboeken. Twee jaar later verkochten de zusters het voor ƒ 15.500 aan Arnoldus Abeleven te Amsterdam, voorheen "sabandaar van Neerlands Indie".

 

grafzerk abeleven

Arnoldus Abeleven (1681-1752) was een zoon van Johannes Abeleven die de AK1 had bezeten. Hij werd na zijn terugkeer uit Indië bewindhebber van de VOC. In 1735 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij staat ook in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 50, wat duidt op een vrij groot herenhuis. In 1747 verkocht Abeleven het huis met 20 morgen land voor ƒ 9000 aan Dirk de Leeuw uit Oostzaan.

 

 

 

 

 

 

grafzerk Arnoldus Abeleven in Nieuwe Kerk (Stadsarchief Amsterdam)

 

Mr. Dirk Pietersz de Leeuw (1695-1774) was koopman en assuradeur. Hij werd burgemeester van Oostzaan. Hij was getrouwd met Aafje Jacobs Speciaal, wier broer Hendrik eigenaar was van de naastgelegen hofstede Vredeveld op BK92. Dirk’s oudste broer Roelof de Leeuw bezat het buiten Leeuwenplaats (AK21) aan de Rijperweg. Na het overlijden van Dirk de Leeuw verkochten zijn executeurs-testamentair in een openbare veiling de “buitenplaats 'Wel te Vreeden' met huijsinge, plantagie en landerijen” voor ƒ 12.400 aan Jan Boom uit Landsmeer en Dirk de Bruijn uit Zaandijk. Deze heren verkochten het direct door aan Jan Waarts uit Alkmaar die er ƒ 13.000 voor betaalde plus nog ƒ 1166 voor tuinsieraden, tuinmansgereedschap etc. Jan Waarts deed het binnen een jaar voor ƒ 14.000 over aan Albert van Panders, stadstimmerman van Alkmaar. Hij liet het herenhuis in 1775 slopen en verkocht een jaar later de boerderij en de warmoessierswoning met land.

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.