BK95 Volgerlust Volgerweg 76

BK95

 

Op 30 juli 1612 vond op het Slot te Purmerend de verloting plaats van de kavels van de Beemster onder diegenen die zich hadden ingeschreven als participanten in de droogmaking en er naar rato van hun inschrijving aan hadden meebetaald. Bij deze loting wordt de Binnenkavel 33 aan de Jisperweg toegewezen aan Dirck Gerritsz Meerman (†1631) uit Delft. Hij was raad in de vroedschap en burgemeester van Delft. Tevens was hij lid van Gecommitteerde Raden van het Zuiderkwartier. Hij werd door Maurits uit al zijn functies ontslagen in 1618.

 

wapen meerman

In 1602 was Meerman een van de oprichters van de kamer Delft van de VOC; hij werd lid van de Heren XVII. Mogelijk was hij hierdoor in Amsterdam in contact gekomen met de bedijkers. Na de ramp van januari 1610, toen de bijna droge Beemster weer onderliep doordat de dijk bij een zware storm bezeek, trad hij toe tot de hoofdingelanden van de Beemster. In 1612 verkreeg hij 126 morgen land en hij kocht in de jaren 1613-1614 nog diverse kavels aan. Op de BK95 liet hij een hofstede bouwen.

 

wapen Dirck Gerritsz Meerman (Gemeentearchief Delft)

 

Zijn enige zoon was François Meerman (1590-1657). Ook hij was raad en burgemeester van Delft. Hij erfde dus het gehele Beemster grondbezit en was van 1634-1654 hoofdingeland. In 1626 had zijn vader al de BK95 aan hem verkocht. Vervolgens verkocht hij het huis met de boomgaard en landerijen aan Andries Rijckaert (1569-1639), koopman te Amsterdam. Deze kwam oorspronkelijk uit Vlaanderen. Hij handelde in suiker en in specerijen. Hij was bewindhebber van de VOC. Na zijn dood in 1637 vererfde het huis in de Beemster op zijn dochter Maria Rijckaert (1613-1678). Zij was getrouwd met Daniel Bernard en liet de kavel op zijn naam overboeken.

 

Daniel Bernard (1594-1681) was geboren in Middelburg waarheen zijn vader uit Vlaanderen was uitgeweken. Daniel vestigde zich als koopman in Amsterdam. Hij handelde op Rusland, Spanje en Italië en werd in 1641 bewindhebber van de VOC. Vanaf 1656 was hij hoofdingeland van de Beemster. Zijn vermogen bedroeg in 1674 ruim een kwart miljoen gulden. Zijn oudste zoon erfde de hofstede.

 

Andries Bernard (1632-1704) was koopman en bewindhebber van de VOC. In 1682 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij trouwde met Elisabeth Hooftman (1644-1707). Na haar dood verdeelden de kinderen de nalatenschap van hun ouders waarbij de jongste zoon de BK95 kreeg.

 

Zacharias Bernard (1681-1739) was hoogheemraad van de Beemster. Hij staat in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 60, wat duidt op een groot herenhuis. In januari 1740 verkochten zijn executeurs-testamentair het huis met toebehoren voor ƒ 12.000 aan Pieter Pauw (1695-1776), koopman te Amsterdam. Na diens dood verdeelden de erfgenamen in 1778 de nalatenschap waarbij aan de ongetrouwde dochter Anna Cornelia Pauw (1735-1807) de hofstede werd toebedeeld. Zij verkocht direct de “buitenplaats met herenhuis, boerenwoning, plantagie en landerijen” voor ƒ 17.000 aan Jan Bernd Bicker (1746-1812). Hij was schepen van Amsterdam en bewindhebber van de WIC. In 1781 werd hij lid van de vroedschap van Amsterdam.

 

Hij liet het herenhuis slopen. Dat beschrijft Jan Switser in zijn levensverhaal waarin hij vertelt hoe hij in opdracht van Jan Bernd Bicker in 1778 Volgerlust aan de Volgerweg kocht en voor ƒ 4500 de opstallen van hem overnam op voorwaarde deze binnen twee jaar te slopen. Aan de opbrengst van de materialen hield hij ruim tweeduizend gulden over.

 

 

 

Design downloaded from free website templates.