DK62 Over-Rijp Westdijk 34

DK62

In 1612 werd de Dijkkavel 62 verloot aan Abraham Boom (1575-1642). Hij was na de dood van zijn vader Pieter Boom, een van de oorspronkelijke bedijkers, in 1609 hoofdingeland van de Beemster geworden. In Amsterdam was hij lid van de vroedschap en burgemeester. Abraham Boom was een van de grote investeerders, hij verwierf in totaal 245 morgen grond in de Beemster. Hij liet een huis bouwen op DK62.

 

Abraham Boom

In 1635 verkocht hij het huis met de boomgaard en land voor ƒ 30.000 aan Jan Dorhout (1580-1665), koopman te Amsterdam.

 

 

 

 

Abraham Boom (fragment van een schilderij van Thomas de Keyser, 1638; Amsterdams Museum)

 

In 1644 werd Trijntge Pieters, weduwe van IJsbrant Jansz Wittevoet te Enkhuizen de nieuwe eigenaar. Bij de grote brand in De Rijp in de nacht van 6 op 7 januari 1654 werd de buitenplaats in de as gelegd. Leeghwater schrijft hierover: “De wint was zoo heftig dat hy de brandende vonken dreef tot over de Ring-dijk in de Beemster, alwaar zy ontstaken het dak van een schoone hofstede, die ook aan kolen geraakte.”

 

Sinds 1679 stond de kavel op naam van Joan Sweers. Joan Sweers was een zoon van Hans Sweers, koopman te Hoorn en bewindhebber van de VOC aldaar. In 1626 werd hij muntmeester van de Westfriese Munt in Enkuizen. Hij was een van de investeerders in de droogmaking van de Beemster. Ook de schoonvader van Joan Sweers, Jan Martsz Merens, had geld gestoken in de droogmaking. De enige dochter van Joan Sweers, Maria, erfde de hofstede in de Beemster.

 

Jacob van Foreest Maria Sweers Jacob van Foreest en Maria Sweers (Stedelijk Museum Alkmaar)

 

Maria Sweers (1649-1720) trouwde met mr. Jacob van Foreest (1640-1708), vroedschap en burgemeester van Hoorn. Hij was secretaris van Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier en bewindhebber van de VOC kamer Hoorn. In 1673 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij bekleedde deze functie ook in de Purmer, de Schermer en de Heerhugowaard. Bij testament legateerde Maria Sweers aan haar zoon Nanning het “herenhuis genaamd 'Overrijp' met 20 morgen land” in de Beemster. Hij liet het in 1721 op zijn naam overboeken.

 

Nanning van Foreest

Mr. Nanning van Foreest (1682-1745) was de tweede zoon van Jacob van Foreest. Na de dood van zijn oudere broer Dirk kwam hij in de vroedschap van Hoorn. Hij werd tienmaal tot burgemeester gekozen. Hij was ook bewindhebber van de VOC kamer Hoorn. In 1715 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij trouwde in 1706 met Debora Amerentia Compostel, de oudste dochter van de Enkhuizer burgemeester Jacob Compostel, die aan de Neckerweg in de Beemster een buiten bezat. Zij stierf een jaar later in het kraambed. Nanning bleef achter met een dochtertje.

 

Mr. Nanning van Foreest (Stedelijk Museum Alkmaar)

 

Later nam hij de wees geworden kinderen van zijn broer in huis. Pas na de dood van zijn dochter in 1728 hertrouwde hij, met Jacoba de Vries. Ze kregen negen kinderen. In 1742 viel hem samen met zijn neef Cornelis de nalatenschap van de rijke Alkmaarse familie Van Egmond van de Nijenburg ten deel. Nanning verkreeg daarbij onder andere de heerlijkheden Petten en Nolmerban. Nanning van Foreest staat in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 60, wat duidt op een groot herenhuis. Dat paste ook bij zijn status. Hij gold in zijn tijd als rijkste man in Hoorn. Zijn nalatenschap bedroeg ruim 1,2 miljoen gulden. Zijn acht nog in leven zijnde kinderen verdeelden de nalatenschap, waarbij de oudste zoon Jacob de buitenplaats kreeg. Uit een bewaard gebleven verdeling van de inboedel van Over-Rijp valt af te lezen wat er zoal in het huis aanwezig was: 105 schilderijen waaronder 30 familieportretten, 9 spiegels, 4 ledikanten en 7 bedden, 53 stoelen en een rustbank, 11 tafeltjes, 6 kabinetten en een clavecimbel.

 

Mr. Jacob van Foreest (1731-1783), heer van Petten en Nolmerban, werd vroedschap en schout van Alkmaar. Hij vertoefde in de zomermaanden op het huis Nijenburg in Heiloo. Het buiten in de Beemster raakte uit de gratie. Bij de volgende vermelding in de transportregisters in 1805 is nog slechts sprake van een kavel land. Het herenhuis was al gesloopt. Op de kadastrale minuutplan, getekend in 1813, is de waterpartij van het voormalige buiten nog goed zichtbaar.

 

kadaster Minuutplan Kadaster, getekend in 1813 (Noord-Hollands Archief)

 

 

 

Design downloaded from free website templates.