DK83-84 Westdijk 14

DK83

Bij de verloting van de grond van de Beemster op 30 juli 1612 op het Slot te Purmerend verkregen Willem Usselincx en Pieter Courten ieder de helft van de Dijkkavel 83. Beiden waren oorspronkelijk afkomstig uit Vlaanderen. Usselincx had zich als koopman in Amsterdam gevestigd, Courten was lakenhandelaar in Middelburg. Ze verkochten de kavel in 1613 aan Francois Spierincx. Ook hij kwam uit Antwerpen en was koopman in Amsterdam. In december 1622 verkocht hij twee kavels aan de Westdijk nabij de Oosthuizerweg, de DK83 en 84, aan Joan Hagha uit Enkhuizen.

 

Joan Hagha (1583-1630) woonde toen nog niet zo lang in Enkhuizen. Hij was geboren in Schiedam, maar vestigde zich later als koopman in Amsterdam. In 1610 trouwde hij met de Enkhuizer burgemeestersdochter Maria Jans van Loosen. Het paar woonde eerst in Amsterdam waar hun oudste kinderen werden geboren. Rond 1620 verhuisden ze naar de Wierdijk in Enkhuizen. In 1621 werd Joan Hagha tot burgemeester van Enkhuizen gekozen. Hij bezat ook voldoende aandelen in de kamer VOC te Enkhuizen om in 1627 het bewindhebberschap te verwerven. Mogelijk had hij deze aandelen verkregen via zijn schoonvader Jan Laurensz van Loosen, n van de oprichters van de kamer Enkhuizen. Na de dood van Joan Hagha kwam het huis met landerijen in bezit van zijn vrouw, die de voor die tijd uitzonderlijk hoge leeftijd van 81 jaar bereikte en stierf in 1665.

 

De DK84 is in 1681 overgeschreven van de naam van Joan Hagha op Geertruijd en Catharina Floris voor de ene helft en op Elia Heijnsius voor de andere helft. Laatstgenoemde was een kleindochter van Joan, de dames Floris waren kinderen van haar inmiddels overleden zuster Geertruijd Heijnsius. DK83 was in 1691 overgeboekt op vijf andere nazaten van Joan Hagha: Maria, Rebecca, Sijberich, Stijntje en de kinderen van de inmiddels overleden Petronella Blaeuhulck bij mr. Elias Codde. Nadat eerst laatstgenoemden hun deel hadden verkocht aan de tantes en vervolgens Maria en Rebecca waren overleden, bleef Sijberich Blaeuhulck uiteindelijk als enige eigenaresse over. In 1725 verkochten de erfgenamen van Stijntje haar eenvijfde deel in DK83 aan Sijberich. Het wordt bij deze transactie omschreven als het huis "De Hagha" met vier morgen land.

 

Bij testament liet Sijberich Blaeuhulck de buitenplaats na aan haar neef Jan Codde van de Burgh (1676-1747). Hij liet het in 1733 overboeken op zijn naam. Hij was vroedschap en burgemeester van Enkhuizen Zijn twee dochters, Petronella Sibregta en Yda, verkochten na zijn dood de hofstede, die dan "Genderenburg" wordt genoemd, in 1764 voor  8350 aan Pieter Pietersz Leeuw uit Heerhugowaard. Daarna is in de transportregisters nog slechts sprake van een boerderij.

 

Petronella Sibregta Codde van den Burgh (Westfries Museum)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Petronella Sibregta Codde van den Burgh (Westfries Museum)

 

 

 

Design downloaded from free website templates.