HK20 Oostdijk 1

HK20 Abraham Boom

 

Abraham Boom (fragment van een schilderij van Thomas de Keyser, 1638; foto Amsterdams Museum)

 

In 1612 werd kavel HK20 aan de Purmerenderweg verloot aan Abraham Boom en Arent ten Grotenhuijs. Binnen korte tijd verwierf Boom de andere helft en was hij de enige eigenaar. Abraham Boom (1575-1642) was na de dood van zijn vader Pieter Boom, een van de oorspronkelijke bedijkers, in 1609 hoofdingeland van de Beemster geworden. In Amsterdam was hij lid van de vroedschap en burgemeester. Hij was een van de grote investeerders, hij verwierf in 1612 in totaal 245 morgen grond in de Beemster.

 

Door het ontbreken van enkele transportregisters is niet duidelijk wat er met de kavel gebeurde in de volgende jaren. Pas in 1652 is de eerste vermelding. Dan blijkt eenderde in bezit te zijn geweest van Abrahams zoon dr. Cornels Boom (1601-1651), vroedschap en burgemeester van Amsterdam. Het werd toen getaxeerd op ƒ 1340 per morgen. In 1654 verkochten de erven Boom het huis met ruim 19 morgen land voor bijna 27.000 gulden aan Maria Pieters Hardebol, weduwe van Willem Hero Vesterman te Enkhuizen. Tien jaar later werd het kwart dat door haar dochter Elisabeth werd nagelaten getaxeerd op ƒ 4000, dus zou het geheel nog maar ƒ 16.000 waard zijn.

 

Van Gent

Aan het einde van de zeventiende eeuw is de kavel in bezit van mr. Joan van Gent (1630-1706), een vooraanstaand bestuurder te Enkhuizen. Hij begon zijn carrière als secretaris, werd in 1666 in de vroedschap gekozen, bekleedde in 1669 voor de eerste keer het burgemeesters-ambt en zou in totaal 26 keer tot burgemeester worden gekozen. In 1670 werd hij voor de eerste maal naar het college van Gecommitteerde Raden in het Noorderkwartier en West-Friesland afgevaardigd. Sinds 1669 was hij bewindhebber van de VOC kamer Enkhuizen.

 

Hij was hoofdingeland van de Beemster (1666-1706), de eerste Enkhuizer die in het polderbestuur kwam. Bij zijn dood in 1706 was alleen zijn dochter Petronella nog in leven en zij was dus de enige erfgenaam, ook van onder andere de buitenplaats Belvliet. In 1717 verzocht daarom haar echtgenoot aan het polderbestuur van de Beemster om overboeking van oa. HK20 op zijn naam nomine uxoris. Petronella van Gent (1664-1742) trouwde in 1688 met mr. Augustinus Duyvensz, afkomstig uit Gorinchem. Een huwelijk met een burgemeesters-dochter was meestal een uitstekend begin van een regentencarrière. Zo werd mr. Augustinus Duyvensz reeds in 1689 in de Enkhuizer schepenbank gekozen. Na de dood van zijn schoonvader kwam Augustinus in december 1706 in de vroedschap. Hij werd al in 1707 burgemeester en zou dit ambt in totaal tien keer bekleden. Hij was zowel bewindhebber van de WIC als van de VOC (1710). Het echtpaar woonde in Enkhuizen aan de Oude Westerstraat in een herenhuis.

 

In het verpondingsregister van 1733, opgemaakt enige tijd daarvoor stond het “plaisirhuijs” op HK20 nog op naam van de inmiddels overleden Augustinus. De aanslag bedroeg ƒ 30, wat duidt op een niet al te groot huis. Kort na de dood van haar oudste kleinkind in 1738 verzocht Petronella van Gent, weduwe Duyvensz, aan het polderbestuur van de Beemster of haar kavels, waaronder HK20, konden worden overgeboekt op naam van haar zoon Cornelis François Duyvensz.

 

Cornelis Duyvensz

Cornelis François Duyvensz (1697-1767) kwam in 1730 na de dood van zijn vader in de vroedschap. Drie jaar later werd hij burgemeester, wat hij in totaal twaalf keer zou zijn. In 1740 werd hij benoemd tot bewindhebber van de VOC kamer Enkhuizen. Hij was een van de belangrijkste politieke figuren in Enkhuizen in de jaren 1730 en 1740 ten tijde van het Tweede Stadhouderloze tijdperk. Daarom stond hij bekend als anti-Orangist en dus verloor hij alle functies bij de wetsverzetting door Prins Willem IV in 1749. Na diens dood in 1751 werd Cornelis François Duyvensz hersteld in zijn ambten.

 

Cornelis François Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

Tot aan zijn dood bleef hij een vooraanstaande rol in het stadsbestuur spelen. In 1744 blijkt hij volgens de Personele Quotisatie (een eenmalige heffing van een soort inkomstenbelasting) de rijkste man van Enkhuizen met een geschat jaarinkomen van ƒ 8000. Cornelis François Duyvensz was ook hoofdingeland van de Beemster (1758-1767). Zijn eerste vrouw stierf in het kraambed na de geboorte van hun tweede kind. Daarna bleef Cornelis François lange tijd weduwnaar met een opgroeiende dochter. Pas in 1743 hertrouwde hij te Enkhuizen met Immagonda van der Hart, dochter van Anthonij van der Hart, oppermeester van de VOC. Zij was niet afkomstig uit de hoge kringen waartoe haar 25 jaar oudere echtgenoot behoorde. Het paar kreeg acht kinderen, waaronder vier zoons die allen volwassen werden. De HK20 vererfde op Augustinus Hendrik.

 

Augustinus Duyvensz

Mr. Augustinus Hendrik Duyvensz (1744-1819) was vroedschap van Enkhuizen en werd viermaal burgemeester. Hij was een overtuigd patriot. In 1782 was door het Enkhuizer Patriots Genootschap een plan bedacht om de kwijnende economie van het eens zo bloeiende stadje een impuls te geven. Dat leidde tot de oprichting van een 'Maatschappij van Vischvangst, Koopvaardij en Negotie'. Augustinus Hendrik was een van de drie directeuren. Het werd echter geen succes.

 

 

Mr. Augustinus Hendrik Duyvensz (gemeente Enkhuizen)

 

In de roerige jaren 1786 en 1787 was hij een van de leiders van de patriotse beweging, in 1787 als president-burgemeester. Nadat door de Pruisische inval het stadhouderlijk gezag was hersteld, werd Augustinus Hendrik Duyvensz bij de wetsverzetting door Prins Willem V uit de vroedschap gezet. Opmerkelijk is dat zijn jongere broer Anthony Pieter Duyvensz vervolgens in zijn plaats werd gekozen, deze was kennelijk een Orangist. Augustinus Hendrik was ook sinds 1782 hoofdingeland van de Beemster. In 1790 kwam door het overlijden van Pieter van Goor Hinloopen het ambt van secretaris van het polderbestuur vacant. Augustinus Hendrik zet dan een wat vreemde stap: als lid van het polderbestuur solliciteert hij op de functie van dienaar. Als hij vervolgens wordt aangenomen moet hij afstand doen van het bestuurslidmaatschap en wordt hij opgevolgd door zijn broer Joan Jacob.

 

Augustinus Hendrik Duyvensz trouwde in 1765 te Leiden met Catharina Musquetier. Zij kregen vier kinderen. Later raakten zij van elkaar vervreemd. Augustinus Hendrik knoopte een buitenechtelijke relatie aan met Stijntje de Ruiter en kreeg met haar nog vier onwettige kinderen. Pas na de dood van Catharina trouwde hij in 1817 te Beemster met Stijntje, hij was toen 73 jaar oud en zij was 50 jaar. Bij dit huwelijk werden de vier kinderen geëcht. Twee jaar later stierf hij in de Beemster op Belvliet, waar hij nog wel woonde maar dat hij niet meer bezat. In 1820 werd de HK20 verkocht aan Cornelis Poulusz Doets.

 

 

 

Design downloaded from free website templates.