PK57 Het Casteel Volgerweg 78

PK57

Op 30 juli 1612 vond op het Slot te Purmerend de verloting plaats van de kavels van de Beemster onder diegenen die zich hadden ingeschreven als participanten in de droogmaking en er naar rato van hun inschrijving aan hadden meebetaald. De Purmerenderkavels 57, 58 en 59 werden aan verschillende eigenaars toebedeeld. In 1614 en 1616 werden ze gekocht door Hendrick en Dirck van Oss. Deze grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster verkregen samen ongeveer eenzevende van de totale oppervlakte. In de eerste jaren na 1612 kochten ze nog veel land aan. De broers kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen, maar waren na de herovering van deze stad door de Spanjaarden naar het noorden gevlucht. Ze vestigden zich als kooplieden in Amsterdam. In naam deden de broers alles samen, in de praktijk was Hendrick de ‘stille vennoot’ op de achtergrond terwijl Dirck de ondernemer was. Hij richtte zijn aandacht niet alleen op de aloude handelsgebieden (Oostzee, Frankrijk, Middellandse zee), maar vooral ook zocht hij nieuwe markten in de Levant, het Verre Oosten en Rusland. Dirck van Oss behoorde tot de eerste Hollanders die via Archangel met de Russen in contact kwam. Hij stak geld in één van de eerste vloten die naar Indië gingen in de jaren 1590. Toen op initiatief van Van Oldenbarneveldt de VOC werd opgericht in 1602 kochten Hendrick en Dirck van Oss voor ƒ 47.000 aan aandelen. Dat leverde hen in de jaren daarna behoorlijke winsten op waarvoor ze op zoek gingen naar investeringsmogelijkheden. Die vonden ze in de Beemster. Bij zijn dood in 1615 bezat Dirck een vermogen dat wordt geschat op bijna 3 miljoen gulden.

 

Dirck en Hendrick van Oss Dirck van Oss in 1583 (Stedelijk Museum Alkmaar), Hendrick van Oss in 1610 (particulier bezit)

 

Na de dood van Hendrick kwamen de kavels in 1623 in bezit van de oudste zoons van Dirck: Dirck junior en François. In 1632 maakten de broers een onderlinge verdeling, waarbij de PK57-58-59 aan Dirck werden toebedeeld. François kreeg de naastgelegen kavels. Beiden lieten er een groot huis bouwen.

Dirck van Oss de jonge (1590-1668) werd na de dood van zijn vader hoofdingeland van de Beemster. Hij werd in 1618 dijkgraaf en bleef dat gedurende 48 jaar, de langstzittende dijkgraaf ooit. Hij trad in 1666 om gezondheidsredenen af en overleed twee jaar later op zijn buitenplaats waar hij permanent verbleef. Hij trouwde met zijn nicht Helena van Oerlen die jong stierf. Het paar had geen kinderen.

 

pk57_wapen_dirck_junior

Bij testament legateerde hij aan zijn neef Dirck van Oss Davidsz de grote hofstede aan de Volgerweg en de bijbehorende landerijen. Dirck van Oss Davidsz overleed op zee in 1671, hij was ongehuwd. De hofstede werd geërfd door zijn nichtje, Margaretha Commersteijn (1649-1727), dochter van oudste zus Dorothea van Oss. Margaretha trouwde met mr. Carel Six (1645-1690). Hij werd in 1683 hoofdingeland van de Beemster. De erfgenamen van Margaretha staan in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 30, wat duidt op een middelgroot herenhuis.

 

Wapenbord van Dirck van Oss junior (Gemeente Beemster)

 

In 1737 verkochten zij de hofstede met land voor ƒ 6630 aan Adriana Six (1679-1739), weduwe van dr. Ludovicus de Dieu. Zij was de oudste dochter van Margaretha Commersteijn. Na haar dood verkochten haar zoons de hofstede met 13 morgen land voor ƒ 7800 aan Frederik van der Maij, schepen van de Beemster. Hij verkocht 5 morgen land in 1750. Pas ruim 50 jaar later worden de kavels weer in de transportregisters vermeld. De nazaten van Frederik zijn dan eigenaar van de “huijsinge met tuinland”, waarschijnlijk is het herenhuis intussen gesloopt. Dan wordt ook voor het eerst de naam ‘Het Casteel’ vermeld. Onduidelijk is of deze naam al in de zeventiende eeuw werd gebruikt. Dijkgraaf Dirck van Oss spreekt zelf in zijn testament van “mijne groote hoffstede (…) daer den os opt huijs staet”.

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.