PK87-88 Purmerenderweg 136

PK87

Op 30 juli 1612 vond op het Slot te Purmerend de verloting plaats van de kavels van de Beemster onder diegenen die zich hadden ingeschreven als participanten in de droogmaking en er naar rato van hun inschrijving aan hadden meebetaald. De Purmerenderkavel 87 werd toebedeeld aan Hendrick en Dirck van Oss. Een jaar later kochten ze de naastgelegen PK88. Deze grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster verkregen samen ongeveer eenzevende van de totale oppervlakte. In de eerste jaren na 1612 kochten ze nog veel land aan. De broers kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen, maar waren na de herovering van deze stad door de Spanjaarden naar het noorden gevlucht. Ze vestigden zich als kooplieden in Amsterdam. In naam deden de broers alles samen, in de praktijk was Hendrick de ‘stille vennoot’ op de achtergrond terwijl Dirck de ondernemer was. Hij richtte zijn aandacht niet alleen op de aloude handelsgebieden (Oostzee, Frankrijk, Middellandse zee), maar vooral ook zocht hij nieuwe markten in de Levant, het Verre Oosten en Rusland. Dirck van Oss behoorde tot de eerste Hollanders die via Archangel met de Russen in contact kwam. Hij stak geld in één van de eerste vloten die naar Indië gingen in de jaren 1590. Toen op initiatief van Van Oldenbarneveldt de VOC werd opgericht in 1602 kochten Hendrick en Dirck van Oss voor ƒ 47.000 aan aandelen. Dat leverde hen in de jaren daarna behoorlijke winsten op waarvoor ze op zoek gingen naar investeringsmogelijkheden. Die vonden ze in de Beemster. Bij zijn dood in 1615 bezat Dirck een vermogen dat wordt geschat op bijna 3 miljoen gulden.

 

Dirck van Oss Dirck van Oss in 1583 (Stedelijk Museum Alkmaar), Hendrick van Oss in 1610 (particulier bezit)

 

Na de dood van Hendrick kwamen de kavels in 1623 in bezit van de jongste zoon van Dirck, David van Oss. Hij liet er een buitenhuis bouwen. Zijn weduwe, Anna Wijntges, bewoonde het huis permanent, haar dochters trouwden van hieruit.

 

In 1670 liet Anna Wijntges haar Beemster landerijen taxeren, waarbij “het grote huis met stalling, speelhuisje en plantagie en land” werd geschat op ƒ 1600 per morgen dus in totaal ruim 23.000 gulden. In 1679 werd het verkocht aan Tiberius Matroos (†1690), wijnkoopman te Amsterdam. Zijn weduwe, Alida Margaretha de Bruyn, verkocht het in 1694 aan mr. Cornelis de Groot (1642-1697). Hij was vroedschap en burgemeester van Hoorn. Na zin dood kwam het huis met de landerijen in bezit van zijn weduwe, Anna Voordij (1642-1703). Zij liet het na aan haar zoon uit haar eerste huwelijk, Joan van Akerlaken.

 

pk87_joan_van_akerlaken pk87_petronella_merens Joan van Akerlaken en Petronella Merens (Westfries Museum)

 

Mr. Joan van Akerlaken (1672-1712) was ook vroedschap en burgemeester van Hoorn. Hij trouwde met Petronella Merens, een nicht van zijn stiefvader. Het paar kreeg twaalf kinderen, de jongste was twee jaar toen haar vader in augustus 1712 op het buiten in de Beemster overleed. De weduwe Petronella Merens (1673-1748) bleef als boedelhoudster in bezit van de hofstede. Zij staat ook in het verpondingsregister van 1733 als eigenaar vermeld. Het “plaisirhuijs” werd daarin aangeslagen voor ƒ 50, wat duidt op een vrij groot herenhuis.

 

Na de dood van hun moeder verkochten de kinderen Van Akerlaken op 5-11-1748 in een openbare veiling te Purmerend het huis met land voor ƒ 7360 aan Antonij van Abkouw te Amsterdam. Bij de volgende vermelding in de transportregisters is nog slechts sprake van een “huijsmanswoning”(boerderij).

 

 

 

 

Design downloaded from free website templates.